Nu het academiejaar bijna ten einde is wil ik toch wel even mijn kamertje op het gelijkvloers in het Leuvense evalueren.

Na 2 jaar pendelen tussen Tobbackograd en Landingsbaan 20 was ik de trein danig beu en ging ik – tegen de wil van mijn dierbare maar oh zo overbeschermende moeder – op zoek naar een kot. Na het wegvluchten van een iets te opdringerige kotbaas (wiens koten trouwens schandalig duur waren voor die kleine ruimte!) kwam ik terecht bij ‘ons Vivian’ die een gezellig kamertje op de gelijkvloers verhuurde.

Veel studenten hebben liever geen kamer op de gelijkvloers, met als grootste argument dat iedereen binnen kan kijken. Zelf heb ik daar niet veel hinder van ondervonden, mijn gordijntjes hielden alle nieuwsgierige blikken buiten maar toch waren ze doorzichtig genoeg dat ik mijn wandelende medemens kon bespieden. Zoals bijvoorbeeld een hilarisch franstalig ruziënd koppel dat de weg kwijt was (geloof mij, de drang om je hoofd tegen het raam te plakken en die mensen de schrik van hun leven te bezorgen is dan groot) of mijn kotgenote Ans die al neuriënd haar fiets aan mijn gevel plaatst en eens naar mijn raam zwaait ook al ziet ze niet of ik er ben of niet :-)

Ja..ik vond het wel een fijn jaartje in “de kamer op den gelijkvloers naast den trap”. Het is een jaar lang mijn eigen plekje onder de zon geweest en dat zal het volgend jaar hopelijk ook zijn. Maar laten we nu de trein richting Landingsbaan 20 nemen en 3 maanden ons moeder verblijden met onze aanwezigheid.